Pats.
Daar ligt het verdict: burn-out.
Als er iets is wat ik totaal niet zag aankomen, dan is het dit wel.
Een mokerslag — recht in mijn lijf.
Ik, die zo goed weet wat de triggers zijn.
Ik, die anderen vertel hoe ze stress moeten aanpakken.
En toch...
Het heeft me vastgegrepen en ingepakt in een dikke, benauwende laag.
Alsof er een verpakking om me heen zit die ik niet kan losmaken.
Twee maanden ben ik nu thuis.
Ik kan niet spreken voor anderen, maar voor mij voelt het wegvallen van de adrenaline waarop ik leefde — en waarvan ik hield — als afkicken van een verslaving.
Ik moet leren luisteren naar mijn lichaam, iets wat ik al jaren heb weggeduwd.
Eerlijk? Ik ben vergeten hoe dat moet.
Voelen.
Stilvallen.
Grenzen herkennen.
Ik ben een positivo.
Mijn hoofd staat nooit stil.
Een doener, een gaaaaan-type.
Genieten van drukte, van actie.
Maar blijkbaar had mijn lichaam andere plannen.
Het had nood aan een break-out — of misschien eerder een noodrem.
Jaren van werken, met passie en drive, hebben mijn batterij uitgeput.
Ze werd niet meer opgeladen.
En of je nu een Tesla-batterij hebt of eentje van een oude gsm, het maakt niet uit: elk systeem valt stil als het nooit oplaadt.
Dat is precies wat ik heb genegeerd.
Wat doet dat nu met mij?
- Lichamelijke pijn, elke dag. De ene dag meer dan de andere.
- Mijn weinige energie spaar ik voor mijn kinderen en mijn hond.
- De voormiddagen zijn nog draaglijk, maar tegen de namiddag dooft het licht.
- Ik zie bijna niemand meer, het vraagt te veel.
- Mijn dagen bestaan uit leren niets te doen. Rusten.
- Boeken zijn mijn voornaamste gezelschap.
- En ja, ik vind dit verschrikkelijk moeilijk.
Maar diep vanbinnen weet ik ook dit:
Er is licht aan het einde van de tunnel.
En ooit zal het weer schijnen — misschien zachter, maar warmer dan ooit.
Reactie plaatsen
Reacties