Je onderzoeken zijn normaal.
Bloedwaarden goed.
Scan zonder bijzonderheden.
“Er is niets te vinden.”
En toch voel je het.
De vermoeidheid.
De pijn.
De spanning die niet verdwijnt.
Dat is geen inbeelding.
Dat is een systeem dat niet tot rust komt.
Wanneer je langere tijd onder druk leeft,
past je lichaam zich aan.
Het verhoogt waakzaamheid.
Versnelt reacties.
Houdt spieren paraat.
Wat bedoeld was als tijdelijke bescherming,
kan blijven hangen.
Dan wordt alertheid je basisstand.
Je lichaam staat niet “kapot”.
Het staat op scherp.
En een lichaam op scherp
kan moeilijk herstellen.
Slaap herstelt minder.
Spieren ontspannen niet volledig.
Spijsvertering raakt ontregeld.
Energie wordt verdeeld naar overleven.
Klachten zijn dan geen fout.
Ze zijn logica.
Ze vertellen dat je systeem geen veiligheid ervaart.
Niet omdat er vandaag gevaar is.
Maar omdat het ooit nodig was om waakzaam te blijven.
Zolang die interne waakstand actief is,
blijven symptomen terugkeren.
Niet omdat je iets verkeerd doet.
Maar omdat je zenuwstelsel nog niet heeft geleerd
dat het mag loslaten.
Herstel begint daarom niet bij bestrijden,
maar bij reguleren.
Niet bij harder zoeken naar een oorzaak,
maar bij het lichaam helpen schakelen.
Wanneer veiligheid voelbaar wordt,
verliest bescherming haar functie.
En dan kan iets verschuiven.
Niet plots.
Maar stap voor stap.
Je lichaam werkt niet tegen je.
Het probeert je al die tijd te beschermen.
👉 Werk je liever individueel?
Lees hier meer over begeleiding in Herent.
Reactie plaatsen
Reacties